onregelmatig gelobde bladen

De vruchten zijn eikels (letterlijk), en die zijn ook 's winters nog in grote aantallen onder de boom te vinden. De takken grillig. De schors gekloofd, maar niet zo diep en ruig als bij een wilg of een robinia. Geen twijfel mogelijk, de koning onder onze bomen:

e i k   
(geslacht Quercus)

Eiken groeien in heel Nederland, veel in bossen en duinen. Liefst in zware grond, van zand tot compacte klei. Maar minder in zeekleigebieden, de eik houdt niet van kalk of dras. Onze inheemse eiken zijn meestal zomereiken.

Deze joekel staat in het Mensingebos bij Roden. Hij is zo'n 350 jaar oud. De andere foto's zijn onder meer in Nootdorp, Bakkeveen en de Drunense Duinen.
(tik op de foto's voor toelichtingen)
De zomereik is een geliefde gastheer voor talloze kleine beestjes: galwespen, maar ook muggen, vliegen, luizen, mijten en schimmels. Hun nageslacht - eitjes of larven - heeft een beschutte plek nodig om op te groeien of te overwinteren, voorzien van een voorraadje voesdel. Een geschikte plaats daarvoor is aan de onderkant van een blad of in een knop. Een chemisch stofje zorgt voor een vergroeiing van de plant en zodoende voor de vorming van de gallen.

De galwep verdient een speciale vermelding. Zij planten zich voort in een cyclus van twee generaties per jaar: een sexuele generatie die gallen voortbrengt met mannelijke en vrouwelijke wespjes, vaak in het voorjaar. En een agame generatie met alleen vrouwtjes die zich ongeslachtelijk voortplanten, vaak in het najaar. Die voorjaars- en najaarsgallen kunnen er totaal verschillend uitzien.
In vervlogen tijden was de eik een heilige boom. Grote, alleenstaande exemplaren waren het centrum voor het uitvoeren van rituelen en het uitoefenen van gezag. Rechtspraak en het uitvoeren van de vonnissen vonden er plaats, zoals bij deze Kroezeboom op de Fleringer Es. De ansichtkaart dateert uit 1935, toen was hij zo'n vier eeuwen oud. De boom zal oorspronkelijk geplant zijn als markeboom, markeringspunt voor het verdelen van de akkers. Leuk om de ansichtkaart te vergelijken met zijn huidige staat, juni 2018, hij heeft er intussen nog een paar vriendjes bijgekregen.
De volgende prachtige zomereik heet 'Le Chêne des Lacs' en staat bij Bardouville in Normandië.
zomereik   of   wintereik

We kennen in Noorwest-Europa twee eiken die veel op elkaar lijken: de zomereik (Quercus robur) en de wintereik (Quercus petraea). En dan er zijn ook nog hybriden: ze doen het dus soms met elkaar, maar ik vermoed dat die hybriden niet vruchtbaar zijn (want dan zou je meer mengvormen zien?)

De verschillen: de eikels van de zomereik hebben steeltjes en die van de wintereik 'zitten'. Maar (!!!): de bladen van de zomereik 'zitten' en die van de wintereik hebben steeltjes, probeer daar maar eens soep van te koken...  Meer van een afstandje: de zomereik is grilliger dan de wintereik, zowel de bladen als de gehele boom, en de wintereik kan hoger worden, tot meer dan 40 meter. De zomereik komt in Noordwest-Europa vaker voor dan de wintereik, maar in Engeland is dit juist andersom (zoals alles in Engeland). Maar ach, waarom zou je die tweeling-eiken uit elkaar willen houden?

De foto's tot hier zijn zomereiken in Nootdorp, Roden, Bakkeveen, Haulerwijk, Fleringen en Bardouville. Hieronder een driestammige wintereik in Rupt-devant-Saint-Mihiel in Noordoost-Frankrijk, zo'n 30 meter hoog.
amerikaanse eik

Behalve onze eigen Europese zomereiken en wintereiken, zijn er in Nederland ook veel amerikaanse eiken, aangeplant in perken en bossen. Deze red oaks (Quercus rubra) zijn inheems in Noord-Amerika maar doen het ook prima in Europa. De andere belangrijke noordamerikaanse eik is de white oak (Quercus alba), maar die kom je in Europa niet tegen. De red oak is minder grillig dan de zomereik, de eikeltjes zijn gedrongen. De bladen ook gelobd, maar scherp getand en veel groter, tot 20 cm. Bij de Hoevens vond ik aan jonge loten onder aan een stam bladen van 33 cm, die zouden het ook prima doen als vijgenblad.

De hier geportretteerde Amerikaanse eiken staan in Twilhaar en De Hoevens.
kurkeik

Verre van Nederland, maar wel erg leuk zijn de kurkeiken (Quercus suber) in Zuid-Europa. De kurk beschermt de bomen tegen bosbranden, en wij mensen kunnen er heel creatief mee doen en natuurlijk ook veel nuttigs.

In de hete zomermaanden wordt de kurkbast van de boom droger en hecht deze minder sterk aan het cambium. Het cambium is het flinterdunne laagje cellen tussen hout en schors waar de diktegroei van een boom plaatsvindt, zowel naar binnen (spinthout) als naar buiten (bast). Door het drogen kan de kurkbast gedurende de zomer van de boom gepeld worden zonder het cambium te beschadigen, essentieel voor het behoud van de boom. Na het pellen groeit weer een nieuwe kurklaag aan, en na negen jaar is deze klaar voor de volgende oogst.

Deze kurkeiken staan bij Alcornoque in Andalusië.


w=1

w=2

w=3

w=4

w=5