sigaarvormige kegels

Tot 20 cm lang, die kegels. Naalden kort, hardgroen, gemeen scherp, dicht gespreid over de loten. Een sterke zoete geur.

f i j n s p a r
(Picea abies)

Verreweg de meeste naaldbomen in Nederland (zeker als je naar de aantallen exemplaren kijkt) behoren tot de dennenfamilie, maar dan wel tot verschillende geslachten binnen die familie. Dat geldt voor de grove den, de fijnspar, de douglas, de lork. Dat zijn als het ware neven en nichten van elkaar, geen broers of zusters. Alleen de veel zeldzamere taxus en jeneverbes horen daar niet bij: die zijn nog verder verwant.

Fijnsparren bij het Boomkroonpad in Drenthe, Twilhaar bij Nijverdal en in de Ardennen.

zilverspar

De sparren in onze contreien zijn meestal fijnsparren (Picea abies). De fijnspar heeft op het oog een tweelingbroertje, de zilverspar (Abies alba), voor leken als u en ik haast niet uit elkaar te houden, zeker niet op afstand. Ware niet niet dat dat tweelingbroertje ook slechts een neefje is, weer eentje in nog een andere tak van de dennenfamilie. Dat neefje zie je veel in de Alpen, zoals hier in het Ötztal, en in andere europese gebergten.
douglasspar

In nederlandse bossen zie je ook vaak de douglasspar, een noordamerikaanse naaldboom die in heel Europa veel is aangeplant. In zijn oorspronkelijke omgeving ooit de hoogste boom ter wereld, tot 120 m, dus nog veel hoger dan de mammoetboom. Daar zat natuurlijk lekker veel hout in om tot planken te verzagen, dus dat hebben ze dan ook maar gedaan, tot de laatste reus geveld was.

Ook al wordt de douglas 'spar' genoemd, het is een heel andere boom (geslacht Pseudotsuga) dan 'onze' fijnspar. Hij heeft een oranje-purperkleurige schors, ruw gegroefd en dik: dit beschermt hem tegen de noordamerikaanse bosbranden. Van de naalden schijn je lekkere thee te kunnen zetten, vertelde een bushcrafter mij.

Foto's in het Panbos en bij Twilhaar.


w=1

w=2

w=3

w=4

w=5